Live een race bijwonen ? Gp tickets zijn hier verkrijgbaar
Toegang

Page content

article content

Manor Racing, met opgeheven hoofd…

Op initiatief van de FIA verwelkomde het formule 1 circus in 2010 maar liefst 3 nieuwe teams.

De FIA probeerde een voller veld aan het publiek voor te schotelen en voegde maar liefst 6 nieuwe auto’s toe op de grid. In de jaren 70, 80 en 90 keek niemand er van op.

Toen waren er regelmatig “gelukzoekers” die een poging waagden om in de hoogste divisie van de autosport door te breken, maar toen de formule 1 echt duur begon te worden, werd de spoeling aanzienlijk dunner wat dit FIA initiatief verklaarde.

Het initiatief was goed, maar formule 1 rijden was niet goedkoper geworden, het bleek een tijdelijke oplossing te zijn waarin de teams een gevecht aan moesten gaan met hun eigen schatkist.

“The New kids on The Bloc” waren de teams van Lotus Racing, HRT F1 team en Virgin Racing. Van deze teams heeft de laatstgenoemde het langst deelgenomen aan het kampioenschap. Helaas kreeg ook dit team het niet voor elkaar om te kunnen handhaven in de formule 1.

Begin 2017 werd het team, dat inmiddels onder de oorspronkelijke naam Manor reed, definitief failliet verklaard. Met opgeheven hoofd en strijdend gingen ze ten onder.

Een bekende naam

Manor Racing was al een bekende naam in de autosport voordat de stap naar de formule 1 gezet werd. Het team was actief in de lagere klassen van de autosport, zoals de formule Renault en de Britse formule 3 waarin ze onder andere Lewis Hamilton en Kimi Raikkonen onder hun hoede hadden en aansprekende resultaten werden geboekt.

Het team besloot de stap naar de top te wagen maar deed dat niet onder hun eigen naam maar onder de naam Virgin Racing.

Virgin is het bedrijf van de bekende zakenman Richard Branson. Deze naam stond in 2009 op de auto’s van Brawn Grand Prix maar toen dit team overging in Mercedes bleek het voor Branson een voordeligere optie om zijn bedrijf als titelsponsor op de Manor auto te presenteren. Dit gaf Manor de naam “Virgin Racing” bij het debuut in de formule 1.

virgin-racing

Russische invloeden

Als ervaren rijder werd de Duitser Timo Glock van Toyota aangetrokken. Zijn teamgenoot werd Italiaanse GP2 coureur Lucas di Grassi. Het werd een soort achterhoede gevecht tussen de drie debuterende teams.

De auto kreeg het typenummer VR-01 en reed met een Cosworth motor. De veertiende plaatsen van Di Grassi in Maleisië en van Glock in Japan waren de beste resultaten van het seizoen.

Het team werd laatste in het constructeurskampioenschap en scoorde net als de andere nieuwkomers geen punten.

Voor het seizoen 2011 werd er ingeschreven onder een gewijzigde naam: Marussia Virgin Racing, nadat de Russische autofabrikant Marussia zich inkocht in het team. Het team reed vanaf dat moment ook onder een Russische licentie. De vestigingsplaats was wel in Banbury, vlak bij het circuit van Silverstone in Engeland.

Het team nam afscheid van Nick Wirth, de engineer waarmee in 2010 werd samengewerkt ( Wirth was ooit eigenaar van het team van Simtek toen Jos Verstappen daar reed). Pat Symonds, die ooit voor Renault werkte ten tijde van het crashgate schandaal, waarover je elders op deze site het hele verhaal kan lezen, versterkte het team.

Als rijder werd Di Grassi vervangen door de Belg Jerome d’Ambrosio, hij reed in 2010 al enkele vrijdag trainingssessies voor het team. Wederom gingen twee veertiende plaatsen (d’Ambrosio in Australië en Canada) weer als beste teamresultaat de geschiedenisboeken in en werd het team (net als in 2010) laatste in het constructeurs kampioenschap.

Verder zonder Branson

marrusia

Het jaar daarop ging het team als Marussia F1 team door het leven. Branson had de sponsor betrekkingen inmiddels stopgezet. De auto’s (MR01 met Cosworth motor) werden bestuurd “vaste kracht” Timo Glock  en de fransman Charles Pic, die voorkeur kreeg boven de reserverijder van 2011, Robert Wickens. De Brit Max Chilton stond standby.

Beide racecoureurs scoorden een twaalfde plaats in het seizoen. Glock deed dat in Singapore, Pic herhaalde dit beste resultaat in de laatste race, in Brazilië.

Het was niet voldoende om binnen de top 10 van het constructeurskampioenschap te komen. Deze plek werd in de laatste race, exact de Braziliaanse grand prix, verloren aan grote concurrent Caterham (voorheen Lotus). Vitaly Petrov werd elfde in die race (net voor Pic).

Deze gemiste tiende plaats (en het gemiste prijzengeld daarvan) zorgde ervoor dat Timo Glock niet kon blijven bij het team. Glock had in eerste instantie een contract voor 2013 maar deze overeenkomst ging niet door wegens financiële reden.

Teambaas John Booth gaf aan dat “ een lastige financiële financiële situatie” de reden was dat ze Glock moesten laten gaan. Later in de historie van het team zou een gemiste tiende plaats wederom het team in problemen brengen.

Het team ging verder met twee rookie rijders. Max Chilton kreeg in ruil voor veel geld zijn kans en Luiz Razia zou nu zijn teamgenoot worden in plaats van Glock.

Toch was het uiteindelijk ook niet Razia die aan de start zou verschijnen in Australië. Zijn sponsoren kwamen niet over de brug met het beloofde geld en 23 dagen nadat hij zijn formule 1 contract had getekend, was hij alweer formule 1 rijder af.

Zijn plek werd ingenomen door het jonge talent Jules Bianchi. Hij werd met hulp van Ferrari ondergebracht bij Marussia. Rodolfo Gonzalez uit Venezuela werd een betalende reservecoureur die bijna geen meter reed met de MR 02.

Punten werden er niet behaald, een dertiende plaats van Bianchi in Maleisië was het beste resultaat, maar nu werd het team van Caterham wel verslagen en was de tiende plaats in het constructeurskampioenschap het resultaat.

Succes en tragedie

2014 was het jaar van succes en tragedie voor het team. Het team scoorde de eerste punten doordat Jules Bianchi als negende finishte tijdens de grand prix van Monaco.

De punten werden terecht gevierd als overwinning. Geld voor champagne was er bijna niet maar het resultaat werd flink gevierd. Het fantastische resultaat was een geweldige opsteker voor het team van John Booth en inmiddels ook Graeme Lowdon, dat het eerste team was met een Russische licentie die punten pakte in de formule 1.

Het team had duidelijk de opwaartse lijn te pakken. Met Bianchi hadden ze een toptalent in handen (naast Max Chilton die ook was aangebleven) en er was ondersteuning van Ferrari dat de motoren leverde.

Helaas was de vreugde en optimisme van korte duur. De tragedie kwam in Japan, waar Bianchi onder erbarmelijke omstandigheden tijdens een crash onder een verreiker (die de gestrande auto van Sutil aan het bergen was) terecht kwam.

Over deze crash van Bianchi is elders op deze site het hele verhaal te lezen. Bianchi bleef maandenlang in coma om uiteindelijk in 2015 aan zijn verwondingen te sterven.

Marussia verscheen met 1 auto tijdens de volgende race, de eerste “thuisrace” in Rusland, uit respect voor Bianchi. De ingeschreven auto voor reserverijder Alexander Rossi werd niet ingezet. Het zou het laatste optreden van Marussia worden in 2014.

Na de race in Rusland verscheen er helemaal geen Marussia meer op de grid dat seizoen, de schatkist was leeg. Het team kreeg dispensatie van de FIA om de laatste 3 races van het seizoen over te slaan en toch nog aan de start te mogen komen in 2015 als het de financiële huishouding op orde zou krijgen.

Ondanks de negende plaats in het constructeurskampioenschap van 2014 (voor Sauber en Caterham) en het bijbehorende prijzengeld leek dit niet te lukken en de inboedel was al voor een gedeelte verkocht toen er geheel onverwacht op 19 februari nog een koper aandiende.

Toch een onverwachte doorstart

Manor Marussia Formula 1 Team.

Zakenman Stephen Fitzpatrick kocht samen met partner Justin King de restanten van het team op met de bedoeling om in 2015 “gewoon” deel te nemen aan het kampioenschap, nu onder Engelse licentie en onder de naam Manor Marussia Formula 1 Team.

Het team was inmiddels als laatste over van de 3 nieuwe teams uit 2010. Het probleem was alleen dat “het uit het as herrezen team” geen auto op een korte tijd kon bouwen

Er werd toestemming gegeven om met het op de 2015 aangepaste reglementen opgebouwde chassis van 2014 te rijden. Zo verscheen het team met twee MR-03 B’s in Australië, maar er werd dit weekend nog geen meter gereden.

De auto was nog volledig niet op maat gemaakt voor de Ferrari motoren en de systemen waren nog niet aan elkaar gekoppeld. Verder was de inboedel verre van compleet.

De rijders, de Brit Will Stevens en Roberto Merhi uit Spanje konden pas tijdens de tweede race in Maleisië de eerste meters maken.

Mehri wist deze race zelfs uit te rijden! Naast Stevens en Mehri waren de Zwitserse GP2 kampioen Fabio Leimer en wederom Alexander Rossi de test en reservecoureurs en de zoon van eigenaar Justin King, Jordan King was al betrokken bij het team als ontwikkelingsrijder (naast zijn seizoen in de GP2).  Van het plan om gedurende het seizoen met een nieuwe 2015 auto te komen kwam niets.

Het was het jaar om te overleven en herstructureren. John Booth en Graeme Lowdon verlieten het team.

De beste resultaten waren twee twaalfde plaatsen. Mehri deed dit in Engeland en Rossi deed dit in zijn thuisrace Amerika. Rossi verving Mehri tegen het eind van het seizoen voor 5 races wat contractueel (financieel) was vastgelegd. Het team werd puntloos laatste in het constructeurskampioenschap.

De stap voorwaarts naar toch het einde

Manor Racing

Voor 2016 leek het team een grote stap voorwaarts te maken.

Als rijders waren de Duitse DTM kampioen Pascal Wehrlein en Rio Haryanto uit Indonesië aangetrokken om de MRT05 te besturen. Haryanto werd op de helft van het seizoen vervangen door Esteban Ocon uit Frankrijk omdat hij niet aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen.

Jordan King was vanzelfsprekend de testrijder met de intentie om in 2017 de race coureur te worden in het team van zijn vader.

Daarnaast waren de voormalige Ferrari chef ontwerper Nicolas Tombazis en Pat Fry (engineer van Ferrari) aangetrokken. Manor kwam wat dichter bij de subtop. Wehrlein werd tiende tijdens de Oostenrijkse grand prix en zorgde ervoor dat het team voor de tweede keer in het bestaan in de punten kwam.

Hiermee leek het team de tiende plaats in het constructeurskampioenschap te pakken, maar deze plaats werd net aan weggesnoept door naaste concurrent Sauber, die in de een na laatste grand prix (wederom Brazilië) een negende plaats behaalde en boven Manor uitkwam.

Wederom werden belangrijke prijzen inkomsten misgelopen. Deze gemiste inkomsten zou het team niet meer te boven kunnen komen. Het team ging wederom te koop en werd failliet verklaard nadat er geen kopers gevonden waren.

Strijdend en met opgeheven hoofd ging het team van Manor ten onder. Helaas bleek de formule 1 ook voor dit kleine moedige team te duur en verdween het, net als de andere teams uit die generatie (HRT Formula 1 Team en Lotus Racing), van het toneel. In de 7 jaar dat ze erbij waren hebben ze wel de harten van veel fans gestolen.

Comment Section

0 reacties op “Manor Racing, met opgeheven hoofd…

Plaats een reactie


*


Klik gerust eens door onze categorieën heen: